Wie in Zwammerdam de schop in de grond zet, komt vooral rivierklei tegen. Zwammerdam ligt op de smalle oeverwal van de Oude Rijn, met zavelige rivierklei bovenop en veen daaronder; niet voor niets bouwden de Romeinen hier hun castellum. Vlak achter het lint kantelt het profiel naar veenweide, waardoor grondwerk binnen een enkel perceel van draagkrachtige klei naar slappe veenbodem kan omslaan; vooraf sonderen voorkomt hier verrassingen.
Maaien op verzadigde klei geeft spoorvorming die het hele seizoen zichtbaar blijft, dus wordt het maaimoment op deze grond meer door de vochttoestand dan door de kalender bepaald. Doorzaaien vraagt op klei goed zaad-bodemcontact: de zode wordt eerst opengesneden en het zaad daarna aangewalst, anders blijft het op de dichte laag liggen. Klei houdt voedingsstoffen goed vast, waardoor er minder vaak en lager gedoseerd bemest hoeft te worden dan op zand; stikstof spoelt wel gewoon uit. Taxus en andere soorten die geen natte voeten verdragen lopen op komklei terug zodra het water in de winter blijft staan; herstel begint bij de ontwatering en niet bij de snoeischaar.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Zwammerdam ligt aan de Oude Rijn en wordt omringd door laaggelegen polders zoals polder Steekt, die van oudsher met molens als De Dikke Molen en de Steektermolen op de rivier werden bemalen.