In Zwammerdam is rivierklei de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Zwammerdam ligt op de smalle oeverwal van de Oude Rijn, met zavelige rivierklei bovenop en veen daaronder; niet voor niets bouwden de Romeinen hier hun castellum. Vlak achter het lint kantelt het profiel naar veenweide, waardoor grondwerk binnen een enkel perceel van draagkrachtige klei naar slappe veenbodem kan omslaan; vooraf sonderen voorkomt hier verrassingen.
Kleiige grond achter een wand vervormt langzaam door onder blijvende belasting, waardoor een oeverconstructie over jaren millimeters kan uitbuigen zonder dat er iets breekt. Hout blijft permanent onder water lang goed, maar de wisselzone rond de waterlijn is de plek waar het als eerste rot; de constructie wordt daarop afgestemd. Klei ontleent zijn weerstand vooral aan cohesie, die op lange termijn afneemt; een beschoeiing wordt daarom op de blijvende situatie gedimensioneerd en niet op de eerste stabiele maanden. Achter een beschoeiing in klei hoort een filterconstructie van geotextiel met granulaat, want klei voert het water niet af en de waterdruk komt anders volledig op de wand. Schade aan een oever op klei ontstaat vaker door afschuiving van het talud achter de constructie dan door bezwijken van de planken zelf.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Zwammerdam ligt aan de Oude Rijn en wordt omringd door laaggelegen polders zoals polder Steekt, die van oudsher met molens als De Dikke Molen en de Steektermolen op de rivier werden bemalen. Ankerstangen, bouten en beugels staan bij een hoge stand vrijwel permanent in vochtige grond, waardoor thermisch verzinkt of roestvast materiaal het daar langer uithoudt dan blank staal. Een vast peil houdt de wisselzone van een houten beschoeiing smal, waardoor de aantasting zich concentreert op een strook van enkele centimeters in plaats van over de hele planklengte.