Wie in Voorburg de schop in de grond zet, komt vooral zandgrond tegen. Het oude Voorburg ligt op dezelfde zandrug waarop de Romeinen hun weg en nederzetting Forum Hadriani bouwden: stevig, doorlatend en met een beperkt cunet prima te bestraten. Richting Essesteijn, Bovenveen en de lager gelegen Broekslootzone loopt die zandrug uit in klei op veen, waar zwaardere verharding een dieper cunet en geotextiel vraagt om zetting binnen de perken te houden.
Zand krimpt en zwelt niet met het seizoen, zodat een goed verdicht terras in Voorburg jaarrond op hoogte blijft en de voegen in een droge zomer niet openscheuren. Onder een oprit met autobelasting blijft een laag menggranulaat 0/31,5 zinvol, omdat de korrelvertanding van gebroken materiaal de puntlast spreidt die los zand vrijwel ongewijzigd doorgeeft. Een trechtervormige verzakking in bestrating op zand wijst meestal op uitspoeling langs een lekke regenpijp of afvoer, waarbij het zand met het water wordt meegevoerd en de klinkers naar binnen zakken. Zand verdicht het best licht vochtig en in lagen van hooguit dertig centimeter; wordt een ophoging in een keer aangetrild, dan blijft de onderste helft los en zakt de bestrating later plaatselijk weg. Bij de aansluiting op een woning zakt het verharde vlak op zand nauwelijks, maar de aanvulling van de oude bouwsleuf naast de gevel wel; die strook vraagt extra aandacht bij het verdichten.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. De Vliet en de Broeksloot bepalen het waterbeeld; de polders ten oosten van de zandrug hebben een lager peil en worden apart bemalen. De hoogte van het straatwerk volgt bij deze standen uit de dorpel en het maaiveld en niet uit de waterlijn, waardoor er meer speelruimte in het hoogteplan zit dan in een natte polder. Uitgespoelde voegvulling wijst op water dat over de verharding stroomt in plaats van erdoorheen, zodat herstel begint bij het afschot en pas daarna bij het opnieuw invegen.