De ondergrond in Voorburg bestaat overwegend uit zandgrond, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Het oude Voorburg ligt op dezelfde zandrug waarop de Romeinen hun weg en nederzetting Forum Hadriani bouwden: stevig, doorlatend en met een beperkt cunet prima te bestraten. Richting Essesteijn, Bovenveen en de lager gelegen Broekslootzone loopt die zandrug uit in klei op veen, waar zwaardere verharding een dieper cunet en geotextiel vraagt om zetting binnen de perken te houden.
Wind droogt de bovenlaag rond jonge aanplant op open zandgrond snel uit; een laag houtsnippers van vijf tot zeven centimeter remt de verdamping en houdt onkruidconcurrentie weg. Verankering van een nieuwe boom vraagt in los zand langere palen dan gebruikelijk, omdat de houvast uit de wrijving over de paallengte komt en de bovenste decimeters weinig weerstand bieden. Een haag komt op zand beter in een doorgaande plantsleuf dan in losse plantgaten, zodat de verbeterde grond doorloopt en er geen droge zandwiggen tussen de planten achterblijven. Wortelopdruk onder verharding speelt op zand minder dan op bodems waar wortels door natte of dichte lagen naar het oppervlak worden gedwongen, mits er onder de verharding voldoende doorwortelbare ruimte zit. Nieuwe aanplant op zand komt de eerste twee zomers zelden zonder watergift door, doordat het beschikbare bodemvocht in de wortelzone eerder op is dan de wortels zich hebben kunnen uitbreiden. Rododendron, hortensia, blauwe bosbes en struikheide gedijen op zure zandgrond zonder grondverbetering, terwijl kalkminnende soorten als lavendel en clematis er zonder bekalking blijven achterblijven.
Naast de bodem telt het water mee. De Vliet en de Broeksloot bepalen het waterbeeld; de polders ten oosten van de zandrug hebben een lager peil en worden apart bemalen. Een plantgat hoeft hier niet verhoogd te worden aangelegd, mits de bodem van het gat ook in een natte winter niet onder water komt te staan. Najaarsplanting benut de nog warme bodem en de stijgende grondwaterstand, waardoor de beworteling op gang komt voordat de eerste droge periode aanbreekt. De wortelzone reikt hier dieper dan op een nat perceel, waardoor bomen na de aanslagperiode zelfstandiger worden en minder afhankelijk zijn van gieten in een droge zomer.