De ondergrond in Den Haag bestaat overwegend uit zandgrond, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. De stad is gebouwd op een reeks oude strandwallen en duinzand, wat in het Centrum, Scheveningen en Segbroek een stabiele en goed doorlatende ondergrond oplevert waar verharding weinig nazakt. In de lager gelegen polderstadsdelen Laak, Escamp en Leidschenveen zit onder de zandophoging nog klei en veen; daar staan de woningen op palen terwijl tuinen en terrassen meezakken, wat rond de gevel jaarlijks enkele millimeters hoogteverschil oplevert.
Bij de aansluiting op een woning zakt het verharde vlak op zand nauwelijks, maar de aanvulling van de oude bouwsleuf naast de gevel wel; die strook vraagt extra aandacht bij het verdichten. De straatlaag onder klinkers hoort brekerzand of straatzand met een vaste korrelverdeling te zijn; het ronde, fijne zand uit de eigen ondergrond grijpt onvoldoende in elkaar en blijft nazakken. Zand verdicht het best licht vochtig en in lagen van hooguit dertig centimeter; wordt een ophoging in een keer aangetrild, dan blijft de onderste helft los en zakt de bestrating later plaatselijk weg. Schoon zand met weinig fijn materiaal is niet vorstgevoelig, omdat er geen ijslenzen ontstaan die de verharding opdrukken; leem- en slibhoudend materiaal hoort daarom uit het cunet te blijven. Voegvulling in een waterdoorlatende verharding zakt op zand gemakkelijk mee naar beneden; een gebroken voegsplit 1/3 of 2/5 blijft beter op zijn plaats dan fijn ophoogzand in de voeg. Een zandondergrond is zelf al een bruikbare funderingslaag, waardoor het cunet onder een terras in Segbroek vaak beperkt blijft tot ongeveer 25 tot 30 centimeter in plaats van de diepe ontgraving die slappe bodems vragen.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De duinenrij en de strandwallen wateren vanzelf af, maar het overtollige water uit de lager gelegen stadsdelen wordt via boezemwateren als de Haagse Beek, het Verversingskanaal en de Laakhaven naar zee gemalen. Een fundering onder verharding blijft hier het grootste deel van het jaar droog, wat de draagkracht van het pakket ten goede komt en de kans op nazakking verkleint. Uitgespoelde voegvulling wijst op water dat over de verharding stroomt in plaats van erdoorheen, zodat herstel begint bij het afschot en pas daarna bij het opnieuw invegen. De hoogte van het straatwerk volgt bij deze standen uit de dorpel en het maaiveld en niet uit de waterlijn, waardoor er meer speelruimte in het hoogteplan zit dan in een natte polder.