Het werk in Voorburg begint bij de bodem, en die is hier overwegend zandgrond. Het oude Voorburg ligt op dezelfde zandrug waarop de Romeinen hun weg en nederzetting Forum Hadriani bouwden: stevig, doorlatend en met een beperkt cunet prima te bestraten. Richting Essesteijn, Bovenveen en de lager gelegen Broekslootzone loopt die zandrug uit in klei op veen, waar zwaardere verharding een dieper cunet en geotextiel vraagt om zetting binnen de perken te houden.
Kaal zand stuift bij droge wind weg en spoelt bij een hoosbui van het talud; een tijdelijke afdekking met houtsnippers of een groenbemester houdt het oppervlak tijdens de aanleg op zijn plaats. Een tuin op zand vraagt bij aanleg om opbouw van vochtbufferend vermogen; zonder organische stof in de bovenste dertig centimeter droogt de beplantingslaag in Voorburg binnen een week zomerweer uit. Voor een gazon op zand is een mengsel met roodzwenkgras en hard zwenkgras kansrijker dan een zode die volledig op Engels raaigras leunt, dat bij aanhoudende droogte als eerste terugvalt. De grondopbouw blijft in de aanleg gelaagd: schrale zandondergrond onderop en een verbeterde teellaag daarboven, zodat wortels de diepte in groeien in plaats van in een dun rijk laagje te blijven steken. Hemelwater van dak en terras kan op zandgrond doorgaans ter plaatse infiltreren via een grindkoffer of infiltratiekratten, waarmee een aansluiting op de riolering overbodig wordt. Een sleuf voor beregening of verlichting is in zand snel gegraven, maar moet laag voor laag worden aangevuld en aangedrukt, anders tekent het trace zich binnen een jaar als een geul in het gazon af.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De Vliet en de Broeksloot bepalen het waterbeeld; de polders ten oosten van de zandrug hebben een lager peil en worden apart bemalen. Beregening is hier geen vanzelfsprekendheid, al zakt het grondwater in een droge zomer buiten het bereik van jonge wortels; een watertappunt bij de aanleg meenemen scheelt later opnieuw openbreken. Een vijver houdt zijn peil bij een middelhoge stand meestal niet vanzelf, doordat de waterspiegel in de zomer boven het grondwater ligt en bijvullen na een droge periode nodig is. Hemelwater van het dak kan hier meestal op eigen terrein infiltreren, mits er tussen de bodem van de voorziening en de hoogste grondwaterstand voldoende onverzadigde grond overblijft.