In Hazerswoude-Dorp is veen op klei de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Onder de bouwvoor ligt hier een veenpakket op oude zeeklei: de draagkracht is laag en elke ophoging leidt jarenlang tot naijlende zetting. Reken daarom op een ruim zandcunet met geotextiel onder verhardingen, voorbelasting of lichte ophoogmaterialen, en bij zwaardere constructies een fundering op palen tot de diepere zandlaag.
Terras, gazon en beplanting zakken op deze ondergrond met verschillende snelheden omdat de belasting per vlak verschilt; ontwerp de overgangen daarom met een rand of een trede. Regenwater bergen is op deze bodem geen infiltratievraagstuk maar een afvoervraagstuk, doordat de sloot dichtbij ligt en de klei het water niet doorlaat. Een vijver met folie kan bij hoge grondwaterstand omhoog worden gedrukt zodra de bak leegstaat, doordat de druk onder de folie dan groter is dan het gewicht erboven. Een beregenings- of elektraleiding die nu op de juiste diepte ligt, ligt na tien jaar zakking anders in het profiel, dus leg de tracés vast in een tekening. Werken onder natte omstandigheden kost meer dan het oplevert, doordat de kleibovengrond onder banden en voeten versmeert en daar pas seizoenen later van herstelt.
Daar komt de waterstand bij. Het dorp ligt tussen veenweidepolders zoals de Rietveldse polder en de in de 18e eeuw drooggelegde Hazerswoudsche Droogmakerij, met een dicht slotenpatroon en per peilvak sterk verschillende polderpeilen. Een tuinhuis of overkapping in Alphen aan den Rijn krijgt op deze percelen een fundering tot in een dragende laag, of juist bewust een lichte en meebewegende opzet; iets daartussen levert scheefstand op. Een tuin ophogen om droger te worden werkt alleen als het water ergens heen kan; zonder afvoerpunt ontstaat er een verhoogde bak die het regenwater juist vasthoudt.