Elke opdracht in Hazerswoude-Dorp start met de vraag wat veen op klei op dit perceel toelaat. Onder de bouwvoor ligt hier een veenpakket op oude zeeklei: de draagkracht is laag en elke ophoging leidt jarenlang tot naijlende zetting. Reken daarom op een ruim zandcunet met geotextiel onder verhardingen, voorbelasting of lichte ophoogmaterialen, en bij zwaardere constructies een fundering op palen tot de diepere zandlaag.
Beuk en taxus verdragen natte voeten slecht en zijn op deze ondergrond alleen kansrijk op de hoogste delen van het perceel of in een verhoogd plantbed. Een haag langs een sloot krijgt aan de waterzijde meer vocht dan aan de tuinzijde, waardoor één rij planten feitelijk twee groeiplaatsen bedient. Els, gelderse roos en wilg groeien van nature in de natte veenpolders rond Hazerswoude-Dorp en vragen daar minder inspanning dan soorten van droge zandgrond. Plant iets hoger dan het huidige maaiveld, want de grond zakt door en een boom die vandaag goed staat, staat over jaren met de wortelhals te diep. Bomen op veen wortelen ondiep omdat de grondwaterstand hoog staat, waardoor de kluit klein blijft en de windvang van een uitgegroeide kroon een reëel risico wordt.
Daar komt de waterstand bij. Het dorp ligt tussen veenweidepolders zoals de Rietveldse polder en de in de 18e eeuw drooggelegde Hazerswoudsche Droogmakerij, met een dicht slotenpatroon en per peilvak sterk verschillende polderpeilen. Beplanting vlak langs de waterkant staat met de voet in de capillaire zone en groeit daardoor weelderig, maar wortels die de beschoeiing bereiken, kunnen de naden tussen de planken openduwen. In een verzadigde bodem verloopt de stikstofkringloop anders: bij zuurstofgebrek gaat nitraat als gas verloren, waardoor beplanting op natte grond eerder een tekort dan een overschot laat zien.