De ondergrond in Voorhout bestaat overwegend uit zandgrond, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Voorhout ligt volledig op de strandwal en heeft daardoor een homogene, goed draagkrachtige zandondergrond met een diepe ontwatering, waardoor verzakking van terrassen en opritten hier zelden voorkomt. In de nieuwbouwwijken is het maaiveld bovendien met zand opgehoogd, zodat een standaard cunet van ongeveer 30 tot 40 centimeter meestal ruim voldoende is.
Een wadi op zand in Teylingen loopt na een bui meestal binnen een etmaal leeg, zodat de bodem van de wadi eerder om droogtebestendige beplanting vraagt dan om moerasplanten. Een grondtalud in los zand blijft niet steiler staan dan ongeveer een op twee; een steilere overgang vraagt een keerconstructie of beplanting die de helling met wortels vasthoudt. Voedingsstoffen zakken in zand met het regenwater mee de diepte in, waardoor een eenmalige zware startbemesting grotendeels buiten het bereik van de beplanting verdwijnt. Voor een gazon op zand is een mengsel met roodzwenkgras en hard zwenkgras kansrijker dan een zode die volledig op Engels raaigras leunt, dat bij aanhoudende droogte als eerste terugvalt. Hemelwater van dak en terras kan op zandgrond doorgaans ter plaatse infiltreren via een grindkoffer of infiltratiekratten, waarmee een aansluiting op de riolering overbodig wordt. Kaal zand stuift bij droge wind weg en spoelt bij een hoosbui van het talud; een tijdelijke afdekking met houtsnippers of een groenbemester houdt het oppervlak tijdens de aanleg op zijn plaats.
Naast de bodem telt het water mee. Voorhout heeft met ongeveer drie procent wateroppervlak weinig open water; de Leidsevaart uit 1657 is de belangrijkste watergang langs het dorp. Wateroverlast is hier zeldzaam, waardoor het ontwerp draait om het vasthouden van regen op het perceel in plaats van om het afvoeren ervan. Een gazon op een diep ontwaterd perceel verkleurt in elke droge zomer, waardoor een kleiner grasvlak met beregening of een droogtebestendige bodembedekker vaak een betere keuze is. Een vijver staat hier los van het grondwater: hij vraagt een dichte bak of folie en moet in een droge zomer worden bijgevuld om zijn peil te houden.