Elke opdracht in Voorhout start met de vraag wat zandgrond op dit perceel toelaat. Voorhout ligt volledig op de strandwal en heeft daardoor een homogene, goed draagkrachtige zandondergrond met een diepe ontwatering, waardoor verzakking van terrassen en opritten hier zelden voorkomt. In de nieuwbouwwijken is het maaiveld bovendien met zand opgehoogd, zodat een standaard cunet van ongeveer 30 tot 40 centimeter meestal ruim voldoende is.
Voorbelasten met overhoogte levert op zandgrond weinig op, omdat er geen samendrukbaar organisch materiaal aanwezig is waaruit water en lucht onder gewicht en tijd geperst moeten worden. Vrijkomend zand is vaak opnieuw toepasbaar als aanvulling, mits de kwaliteit volgens het Besluit bodemkwaliteit is vastgesteld en de partij niet met puin of leem vermengd is geraakt. De humeuze bovenlaag wordt bij egaliseren apart gezet, omdat juist die dunne laag op zandgrond vrijwel alle organische stof bevat en machinaal doormengen haar onherstelbaar verdunt. Onder oude erven en bouwwegen ligt in zand vaak een dichtgereden laag die water en wortels tegenhoudt; die laag wordt opengetrokken voordat er nieuwe grond overheen gaat. Een ontgraving in droog zand houdt geen verticale wand: de sleufwand vloeit onder zijn eigen gewicht in en moet worden afgeschuind of met een sleufbekisting gestut.
Daar komt de waterstand bij. Voorhout heeft met ongeveer drie procent wateroppervlak weinig open water; de Leidsevaart uit 1657 is de belangrijkste watergang langs het dorp. Los, droog zand draagt onder wielen slecht; een werkvlak dat is afgereden en verdicht, houdt materieel beter op hoogte dan een pas ontgraven zandbaan. Een ontgraving blijft hier tot ver onder het maaiveld droog, waardoor bemaling, waterdichte bouwkuipen en gefaseerd graven zelden aan de orde zijn.