De ondergrond in Vlaardingen bestaat overwegend uit zeeklei, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Vlaardingen ligt op zeeklei over oude kreekruggen van de Maasmond: die ruggen dragen relatief goed, terwijl de tussenliggende komgronden met veen juist slap zijn en ongelijk zetten. In de Broekpolder ligt bovendien een pakket van circa zeven meter opgespoten havenslib uit 1958-1975 dat verontreinigd is, waardoor daar bij elke ontgraving eerst bodemonderzoek en strikte afvoerregels gelden.
Onder oude bestrating ligt op klei vaak een puinlaag die in de loop der jaren in de ondergrond is weggezakt; die laag gaat eruit voordat er groen op komt, anders blijft de doorworteling steken. Een bestaande boom in een te vergroenen verharding heeft in klei zijn wortels vlak onder de stenen liggen; die overleven het verwijderen van de fundering alleen bij handmatig of zuigend graven. Herstel van een verzakking begint bij de oorzaak: nazakking van een oude ophoging vraagt een andere aanpak dan uitspoeling van zand langs een lekke leiding of een slecht verdichte sleuf. Een aanbouw op staal zakt met de klei mee terwijl het hoofdgebouw op palen stil blijft staan; bestrating langs die twee delen wordt daarom als aparte vlakken afgewerkt. Jarenlange belasting maakt de klei onder een terras vrijwel luchtdicht; bij vergroening telt het losbreken van die laag over de volle diepte zwaarder dan het aanvoeren van nieuwe tuinaarde. Een kuil die precies boven een oude leidingsleuf ligt, komt vrijwel altijd door de aanvulling in die sleuf; alleen de stenen opnieuw stellen levert binnen enkele jaren dezelfde kuil op.
Naast de bodem telt het water mee. De stad ligt aan de getijdengebonden Nieuwe Maas, terwijl het achterland van de Aalkeet-Binnenpolder en Aalkeet-Buitenpolder via gemalen op de boezem afwatert. Renovatiewerk in een droge periode beperkt de structuurschade door materieel, terwijl hetzelfde werk na een natte week sporen achterlaat die later onder gazon of border terugkomen. Voordat er iets aan de ontwatering verandert, is het zaak te weten waar het water vandaan komt, want een lekke regenpijp of een verstopte afvoer verklaart meer plassen dan de grondwaterstand. Bestaande bomen zijn met hun wortels afgestemd op de huidige waterhuishouding, waardoor een nieuw drainagestelsel dat de stand structureel verlaagt hun een deel van het wortelpakket kost.