Elke opdracht in Vlaardingen start met de vraag wat zeeklei op dit perceel toelaat. Vlaardingen ligt op zeeklei over oude kreekruggen van de Maasmond: die ruggen dragen relatief goed, terwijl de tussenliggende komgronden met veen juist slap zijn en ongelijk zetten. In de Broekpolder ligt bovendien een pakket van circa zeven meter opgespoten havenslib uit 1958-1975 dat verontreinigd is, waardoor daar bij elke ontgraving eerst bodemonderzoek en strikte afvoerregels gelden.
Op de zware, kalkrijke grond rond Vlaardingen doen sering, liguster, veldesdoorn en kornoelje het goed en vragen ze na het aanslaan weinig aandacht. Bosplantsoen zonder kluit slaat op klei aan als de wortels niet uitdrogen en de grond eromheen met water wordt ingeslibd; aandrukken met natte kluiten sluit de bodem juist af. Planten in het najaar sluit op klei goed aan: de grond is dan nog bewerkbaar en de kluit maakt voor de winter contact, terwijl zware klei in het vroege voorjaar vaak te nat is om te betreden. Taxus verdraagt de voedselrijkdom van klei goed maar sterft af bij stagnerend water in de winter; op een lage plek is haagbeuk betrouwbaarder, want die accepteert zware natte grond. Zeeklei is doorgaans kalkrijk met een zuurgraad rond de 7,5; zuurminnende soorten als rhododendron, skimmia en struikheide krijgen daar geel blad tussen groene nerven en blijven achter in groei.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. De stad ligt aan de getijdengebonden Nieuwe Maas, terwijl het achterland van de Aalkeet-Binnenpolder en Aalkeet-Buitenpolder via gemalen op de boezem afwatert. In een normale zomer redt nieuwe aanplant het hier zonder aanvullend water, maar in een droog jaar reikt de kluit niet tot het grondwater en is watergeven noodzakelijk. Een plantgat hoeft hier niet verhoogd te worden aangelegd, mits de bodem van het gat ook in een natte winter niet onder water komt te staan.