In Vlaardingen is zeeklei de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Vlaardingen ligt op zeeklei over oude kreekruggen van de Maasmond: die ruggen dragen relatief goed, terwijl de tussenliggende komgronden met veen juist slap zijn en ongelijk zetten. In de Broekpolder ligt bovendien een pakket van circa zeven meter opgespoten havenslib uit 1958-1975 dat verontreinigd is, waardoor daar bij elke ontgraving eerst bodemonderzoek en strikte afvoerregels gelden.
Waar geen ruimte is voor een lange ankerstang, brengt een schroefanker of ankerpaal de kracht dieper de grond in; de kleef langs de stang in de klei bepaalt de haalbare trekkracht. Baggeren vlak langs een bestaande beschoeiing neemt de passieve steun onder de plank weg; in klei komt die steun na uitdiepen niet vanzelf terug en kan het schot gaan wijken. Werk aan een oever raakt vrijwel altijd de keur van het waterschap; voor een beschoeiing langs een hoofdwatergang is doorgaans een melding of watervergunning nodig voordat het werk begint. Achter een gesloten schot loopt de waterdruk op omdat klei het water niet doorlaat; spuigaten of een doorlatende achtervulling voorkomen dat die druk de constructie naar het water toe duwt.
Daar komt de waterstand bij. De stad ligt aan de getijdengebonden Nieuwe Maas, terwijl het achterland van de Aalkeet-Binnenpolder en Aalkeet-Buitenpolder via gemalen op de boezem afwatert. Een keerwand met een dichte voet werkt als een dam voor het water in het perceel, zodat een doorlatende aanvulling of een doorvoer nodig is om stuwing achter de wand te voorkomen. Bij trillen in vochtige, niet-verzadigde grond ontstaat minder wateroverdruk dan onder de waterspiegel, waardoor de plank meer weerstand ondervindt en het inbrengen trager verloopt.