Het werk in Schiedam begint bij de bodem, en die is hier overwegend opgehoogde stedelijke grond. De ondergrond bestaat uit Duinkerke-klei op Hollandveen, waardoor de oude binnenstad al sinds de zestiende eeuw op houten palen staat die alleen onder de grondwaterspiegel gezond blijven. Ontwater bij grondwerk in het centrum daarom niet dieper of langer dan strikt nodig, en houd in de naoorlogse wijken rekening met natrekkende zetting van het ophoogzand onder verharding.
Voor een haag graven wij een doorlopende plantsleuf in plaats van losse gaten, omdat de bodemopbouw per meter verschilt en losse gaten een ongelijk groeibeeld over de haaglengte geven. Ophoogzand bevat vrijwel geen organische stof, waardoor het weinig vocht en voeding vasthoudt; het opbouwen van een humusrijke bovenlaag levert meer op dan een extra gift meststof. Kalk uit mortel- en betonpuin houdt de pH van deze grond hoog; zuurminnende soorten als rododendron en skimmia krijgen daar geel blad door ijzergebrek, dus kiezen wij kalkverdragend sortiment. Een boom naast of onder verharding heeft een berekende hoeveelheid doorwortelbare ruimte nodig, en bomenzand of boomgranulaat levert die ruimte terwijl de laag toch verdicht kan worden. Wortels volgen in puinhoudend materiaal de holtes en groeien daardoor eenzijdig uit; een boom raakt zo scheef verankerd, wat de eerste jaren om extra ondersteuning vraagt. Voor het planten van een boom zetten wij het gat eerst vol water en meten hoe snel het wegloopt; die eenvoudige proef laat zien of de laag eronder water doorlaat.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Schiedam is opgebouwd rond de Schie met de historische havens Lange Haven, Korte Haven en Nieuwe Haven, terwijl het noordelijke polderland bij Kethel via sloten en gemalen afwatert. Capillaire opstijging vanuit de grondwaterspiegel levert de wortelzone hier nog vocht na, al neemt die nalevering sterk af naarmate de stand in de zomer verder wegzakt. Een middelhoge grondwaterstand biedt de meeste tuinplanten precies wat ze nodig hebben: vocht op diepte om naartoe te wortelen en een luchtige toplaag om in te ademen. In een normale zomer redt nieuwe aanplant het hier zonder aanvullend water, maar in een droog jaar reikt de kluit niet tot het grondwater en is watergeven noodzakelijk.