Het werk in Oudewater begint bij de bodem, en die is hier overwegend rivierklei. Oudewater is omstreeks 1100 ontstaan in een meander waar de Lange Linschoten in de Hollandse IJssel uitkomt, waardoor de ondergrond binnen een straat kan wisselen van stevige oeverwalklei naar slappe geulopvulling. Bij grondwerk in de historische kern loont een sondering vooraf: langs de kades en de IJsseldijk kan de restzetting per perceel fors verschillen, wat vraagt om lokaal aangepaste cunetdiepte en een zorgvuldig opgebouwd zandbed.
In verharding krijgt een boom op klei doorwortelbaar bomenzand of boomgranulaat mee, omdat de omringende grond onder de stenen te dicht is om in te groeien. Een ondiep wortelend exemplaar op natte klei is gevoelig voor windworp; ondergrondse verankering van de kluit houdt de boom stabiel tot hij zichzelf vasthoudt. Bomen in klei maken een breed en ondiep wortelstelsel, waardoor de plantplaats eerder in oppervlakte dan in diepte wordt gezocht. Kalkhoudende oeverwalgrond geeft zuurminnende gewassen als rododendron en skimmia chlorose; die soorten horen op deze bodem in een pot of helemaal niet in het plan. Zware klei warmt in het voorjaar langzaam op, waardoor vaste planten er later uitlopen dan op zandgrond en een vroege voorjaarsplanting weinig voorsprong oplevert. Een haag komt op klei in een doorlopende plantsleuf in plaats van in losse gaten, zodat de wortels zich zijwaarts door de losgemaakte strook kunnen verspreiden.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De stad ontstond in de bocht waar de Lange Linschoten in de Hollandse IJssel uitmondt, zodat het water letterlijk door de historische kern loopt. Bomen worden op natte percelen op een licht verhoogde plantplaats gezet, zodat de wortelhals boven de winterstand blijft en de kluit niet maandenlang onder water hangt. Ondiep wortelende bomen zoeken de zuurstofrijke toplaag op, waardoor dikke wortels vlak onder een pad of terras komen te liggen en de verharding op termijn omhoog drukken. Waar zoute of brakke kwel omhoog komt, blijft het zoutgehalte in de wortelzone hoog en houden vooral soorten uit een brak milieu stand; een bodemanalyse maakt dat vooraf zichtbaar.