De ondergrond in Gouda bestaat overwegend uit veengrond, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Gouda staat op slap veen met kleilagen en zakt al eeuwen weg: in de binnenstad heeft circa tachtig procent van de panden een ondiepe fundering en zakt gewoon mee met de bodem, terwijl daarbuiten vrijwel alles op palen staat en de straten periodiek worden opgehoogd. Reken bij tuin- en grondwerk dus op blijvende nazakking en kies lichte ophoging, geotextiel en verstelbare dragers boven dikke zandpakketten die de zetting juist versnellen.
Vaste planten met vlezige wortels, zoals pioen, verdragen een natte veenwinter slecht, terwijl soorten uit natte graslanden zoals moerasspirea en grote kattenstaart er juist op hun plaats zijn. Een vlakke wortelschijf in slappe grond geeft bij storm minder houvast, wat pleit voor kleinere boomvormen of een verankering die langer blijft staan dan op een zandbodem nodig zou zijn. De beworteling blijft in veen ondiep doordat de grondwaterstand hoog staat en de zuurstofrijke zone dun is; bomen vormen daardoor een brede vlakke wortelschijf in plaats van diepe wortels. Aanplant in een natte periode betekent lopen en rijden over verzadigd veen, en de structuurschade die daarbij ontstaat drukt de zuurstofvoorziening van de nieuwe wortels weg.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Gouda ligt op de samenvloeiing van de Gouwe en de Hollandse IJssel, met een grachtenstelsel in de binnenstad en de Reeuwijkse Plassen direct ten noordoosten van de stad. In een verzadigde bodem verloopt de stikstofkringloop anders: bij zuurstofgebrek gaat nitraat als gas verloren, waardoor beplanting op natte grond eerder een tekort dan een overschot laat zien. Een plantgat dat tot in het grondwater is uitgegraven, wordt een bak met stilstaand water; de kluit komt daarom hoger te staan en het maaiveld eromheen wordt licht opgehoogd. De bewortelbare diepte reikt tot waar het water staat; bij een stand van een halve meter blijft er een dunne zuurstofrijke laag over waarin de wortels het hele jaar moeten kunnen ademen.