Onder Oudewater ligt hoofdzakelijk rivierklei; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Oudewater is omstreeks 1100 ontstaan in een meander waar de Lange Linschoten in de Hollandse IJssel uitkomt, waardoor de ondergrond binnen een straat kan wisselen van stevige oeverwalklei naar slappe geulopvulling. Bij grondwerk in de historische kern loont een sondering vooraf: langs de kades en de IJsseldijk kan de restzetting per perceel fors verschillen, wat vraagt om lokaal aangepaste cunetdiepte en een zorgvuldig opgebouwd zandbed.
Rivierklei is voedselrijk, waardoor een nieuwe oever zonder ingrijpen dichtgroeit met riet en brandnetel; het afgraven van de voedselrijke toplaag geeft ruimte aan meer soorten. Een flauw talud van ongeveer 1:3 of flauwer blijft in klei stabiel, terwijl een steile kleioever bij verzadiging in één keer langs een glijvlak wegschuift. Klei is erosiebestendiger dan zand, maar het deel boven de waterlijn scheurt in een droge zomer open en spoelt bij de eerste stortbui in brokken weg als het kaal ligt. De klei die bij het verflauwen van een oever vrijkomt is meestal goed herbruikbaar op het perceel zelf, mits de kwaliteit is vastgesteld volgens het Besluit bodemkwaliteit. Het doorstroomprofiel van de watergang en de bereikbaarheid voor schouw en onderhoud blijven bij een nieuw oevertalud leidend, omdat het waterschap daarop toetst.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De stad ontstond in de bocht waar de Lange Linschoten in de Hollandse IJssel uitmondt, zodat het water letterlijk door de historische kern loopt. Watervogels, honden en vee slijten telkens dezelfde in- en uitstappunten uit, waardoor een bewust verstevigde toegang tot het water de rest van de oever spaart. Riet, gele lis en zwanenbloem houden met hun wortelstokken de bovenste laag van het talud bijeen, mits ze op de juiste diepte ten opzichte van het peil worden gepoot. Baggeren houdt het doorstroomprofiel op de maat uit de legger, en het slib dat daarbij vrijkomt valt onder de regels voor waterbodems en mag niet zonder meer op de kant blijven liggen.