Het werk in Wateringen begint bij de bodem, en die is hier overwegend zeeklei. Over vrijwel heel Wateringen ligt het Westlanddek, een matig zware zeeklei die in de twaalfde eeuw door de kreek de Gantel is afgezet; alleen in het noordoosten steekt de zandige uitloper van de oude strandwal er nog doorheen. Die klei is licht van structuur en plaatselijk zandig en draagt daardoor redelijk, zodat de aandacht bij grondwerk vooral naar ontwatering en een goed verdicht cunet gaat en minder naar grote zetting.
Het peil in de omliggende sloten ligt vast in het peilbesluit van het waterschap; de tuin past zich daaraan aan, want structureel anders pompen of het slootpeil verhogen is geen optie. Op een nieuwbouwkavel ligt onder de toekomstige tuin meestal een verdicht bouwterrein met zand- en puinresten in de klei; die laag gaat eruit of gaat los voordat er beplanting op komt. Klei houdt vocht lang vast en levert het traag; een tuin op zeeklei heeft daardoor minder vaak water nodig dan een zandtuin, maar nieuwe aanplant moet in een droge zomer gericht worden nagegoten. Het verschil tussen maaiveld en slootpeil bepaalt hoeveel wortelruimte er boven het grondwater zit; in de droogmakerijen rond Wateringen is die drooglegging beperkt, waardoor ophogen soms de enige manier is om een border te laten slagen. De periode waarin zware klei goed te bewerken is, is smal: tussen te nat om te berijden en te hard om te spitten zitten vaak maar enkele weken per seizoen. Hemelwater wordt op klei bovengronds afgevoerd via licht oppervlakteafschot naar een greppel, wadi of sloot, omdat de verticale wegzijging in de ondergrond vrijwel stilstaat.
Naast de bodem telt het water mee. De Zweth vormt de zuidgrens van Wateringen richting Den Hoorn en Schipluiden en hoort bij het watersysteem van Delfland. Het hoogteplan kan hier ruimer worden opgezet, want verdiepte terrassen, trappen en een zitkuil zijn mogelijk zolang het laagste punt een afvoer of een overloop heeft. Lage plekken vullen zich in het winterhalfjaar als eerste; die plekken in kaart brengen voor de aanleg levert meer op dan ze naderhand ophogen. Een vijver houdt zijn peil bij een middelhoge stand meestal niet vanzelf, doordat de waterspiegel in de zomer boven het grondwater ligt en bijvullen na een droge periode nodig is.