Onder Wateringen ligt hoofdzakelijk zeeklei; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Over vrijwel heel Wateringen ligt het Westlanddek, een matig zware zeeklei die in de twaalfde eeuw door de kreek de Gantel is afgezet; alleen in het noordoosten steekt de zandige uitloper van de oude strandwal er nog doorheen. Die klei is licht van structuur en plaatselijk zandig en draagt daardoor redelijk, zodat de aandacht bij grondwerk vooral naar ontwatering en een goed verdicht cunet gaat en minder naar grote zetting.
Achter een gesloten schot loopt de waterdruk op omdat klei het water niet doorlaat; spuigaten of een doorlatende achtervulling voorkomen dat die druk de constructie naar het water toe duwt. Baggeren vlak langs een bestaande beschoeiing neemt de passieve steun onder de plank weg; in klei komt die steun na uitdiepen niet vanzelf terug en kan het schot gaan wijken. Klei blijft onder een blijvende belasting doorvervormen, zodat een beschoeiing zonder verankering in de jaren na plaatsing langzaam voorover gaat hellen. Hout dat permanent onder water staat gaat lang mee; de aantasting concentreert zich in de smalle zone rond de waterlijn, die in een polder met een gereguleerd peil steeds op dezelfde hoogte ligt. Werk aan een oever raakt vrijwel altijd de keur van het waterschap; voor een beschoeiing langs een hoofdwatergang is doorgaans een melding of watervergunning nodig voordat het werk begint.
Naast de bodem telt het water mee. De Zweth vormt de zuidgrens van Wateringen richting Den Hoorn en Schipluiden en hoort bij het watersysteem van Delfland. Ankers vinden in vochtige, samenhangende grond meer houvast dan in verzadigde slappe lagen, mits het ankerlichaam achter het glijvlak van de wand blijft. Hout in een wisselende vochtzone gaat korter mee dan hout dat permanent onder water staat, doordat de afwisseling van nat en droog de groei van houtaantastende schimmels juist bevordert. Een wand die alleen een hoogteverschil in de tuin keert, staat met zijn voet in grond die per seizoen van vochtig naar verzadigd gaat, zodat de berekening uitgaat van de ongunstigste toestand.