Het werk in Wateringen begint bij de bodem, en die is hier overwegend zeeklei. Over vrijwel heel Wateringen ligt het Westlanddek, een matig zware zeeklei die in de twaalfde eeuw door de kreek de Gantel is afgezet; alleen in het noordoosten steekt de zandige uitloper van de oude strandwal er nog doorheen. Die klei is licht van structuur en plaatselijk zandig en draagt daardoor redelijk, zodat de aandacht bij grondwerk vooral naar ontwatering en een goed verdicht cunet gaat en minder naar grote zetting.
Planten in het najaar sluit op klei goed aan: de grond is dan nog bewerkbaar en de kluit maakt voor de winter contact, terwijl zware klei in het vroege voorjaar vaak te nat is om te betreden. Op de zware, kalkrijke grond rond Wateringen doen sering, liguster, veldesdoorn en kornoelje het goed en vragen ze na het aanslaan weinig aandacht. Het plantgat wordt gevuld met de eigen grond, eventueel verbeterd met compost; een rijke losse vulling in een verder dichte kleibodem houdt de wortels binnen het gat en remt de doorworteling naar buiten. Blauwe hortensia's verkleuren op kalkrijke klei binnen een seizoen naar roze, omdat de plant het aluminium dat voor de blauwe kleur zorgt bij deze zuurgraad niet kan opnemen. Het klei-humuscomplex houdt kalium en andere voedingsstoffen goed vast, waardoor zware bemesting zelden nodig is; tekorten gaan op kalkrijke klei eerder over ijzer en mangaan, die bij een hoge zuurgraad slecht opneembaar zijn.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De Zweth vormt de zuidgrens van Wateringen richting Den Hoorn en Schipluiden en hoort bij het watersysteem van Delfland. Capillaire opstijging vanuit de grondwaterspiegel levert de wortelzone hier nog vocht na, al neemt die nalevering sterk af naarmate de stand in de zomer verder wegzakt. Bomen die de diepte in kunnen wortelen, drukken verharding minder snel omhoog dan bomen die door hoog water in de toplaag blijven hangen, al blijft wortelruimte onder een pad aandacht vragen. Een plantgat hoeft hier niet verhoogd te worden aangelegd, mits de bodem van het gat ook in een natte winter niet onder water komt te staan.