Onder Poeldijk ligt hoofdzakelijk zeeklei; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Poeldijk ligt op de kreekafzettingen van het Ganteldek: zavelige tot zware zeeklei boven een veenondergrond. Op de kreekrug zelf is de draagkracht redelijk, maar waar het veen dichter bij het maaiveld komt treedt naklink op, dus het cunet in lagen verdichten en bestrating op een zandbed van minimaal 30 cm leggen.
Bomen wortelen in zware klei ondiep omdat de diepere lagen weinig lucht bevatten; de kroon vangt intussen wind, waardoor verankering in de eerste standjaren geen overbodige luxe is. Taxus verdraagt de voedselrijkdom van klei goed maar sterft af bij stagnerend water in de winter; op een lage plek is haagbeuk betrouwbaarder, want die accepteert zware natte grond. Planten in het najaar sluit op klei goed aan: de grond is dan nog bewerkbaar en de kluit maakt voor de winter contact, terwijl zware klei in het vroege voorjaar vaak te nat is om te betreden. Blauwe hortensia's verkleuren op kalkrijke klei binnen een seizoen naar roze, omdat de plant het aluminium dat voor de blauwe kleur zorgt bij deze zuurgraad niet kan opnemen.
Naast de bodem telt het water mee. Het dorp ontstond rond het jaar 1000 op de noordelijke dijk van de Gantel, die als voormalige getijdenkreek nog altijd de belangrijkste waterloop van Poeldijk is. Een middelhoge grondwaterstand biedt de meeste tuinplanten precies wat ze nodig hebben: vocht op diepte om naartoe te wortelen en een luchtige toplaag om in te ademen. Najaarsplanting benut de nog warme bodem en de stijgende grondwaterstand, waardoor de beworteling op gang komt voordat de eerste droge periode aanbreekt. Soorten met een uitgesproken voorkeur voor permanent nat of juist voor extreem droog doen het hier zelden goed, omdat de standplaats het grootste deel van het jaar gematigd blijft.