Het werk in Nootdorp begint bij de bodem, en die is hier overwegend kleigrond. Rond Nootdorp is het veen vanaf de zestiende eeuw weggebaggerd en zijn de ontstane plassen in de achttiende en negentiende eeuw drooggemalen, waardoor de oude zeeklei onder het veen weer aan het maaiveld kwam. Die droogmakerijklei draagt redelijk, maar ligt laag: reken op water in de cunetsleuf en leg drainage aan onder terrassen en opritten voordat je gaat straten.
Vrijkomende klei valt onder het Besluit bodemkwaliteit, met als route hergebruik binnen hetzelfde werk of afvoer op basis van een partijkeuring en de vastgestelde kwaliteitsklasse. Afgegraven klei levert sterk uit: een kuub vaste ondergrond wordt na ontgraven ruim een kuub los materiaal, wat het aantal transportbewegingen en de benodigde depotruimte bepaalt. Een KLIC-melding gaat vooraf aan elke ontgraving, en proefsleuven met de hand zijn in klei extra bewerkelijk omdat de grond zwaar is en aan het gereedschap blijft plakken. Een sondering op een kavel in Nootdorp laat in slappe holocene klei lage conusweerstanden zien, waardoor de draagkracht niet uit de bovengrond maar uit de fundering of uit dieper zand moet komen. Rijden met zwaar materieel over natte klei drukt de structuur dicht tot een laag die water noch wortels doorlaat; rijplaten of schotten verdelen die wieldruk over een groter vlak. Ophogen op klei vraagt tijd: het poriewater moet uit de laag geperst worden voordat de zetting stopt, en die consolidatie verloopt door de lage doorlatendheid traag.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De drooggemaakte veenpolders rond Nootdorp liggen onder NAP en worden permanent bemalen, met een dicht slotennet en de recreatieplas de Dobbeplas aan de dorpsrand. De drooglegging, het hoogteverschil tussen maaiveld en het peil in de naastgelegen watergang, bepaalt hoeveel ruimte er onder het maaiveld overblijft voor cunet, leidingen en drainage. Grondwater dat in een ontgravingstalud uittreedt, neemt korrels mee en ondergraaft de helling van onderaf, waardoor een flauwer profiel of een tijdelijke kering nodig is. Kwelwater in deze polders is vaak ijzerrijk en slaat als roodbruine aanslag neer in drains, filters en pompen, wat bij het ontwerp van een ontwateringssysteem meetelt.