Het werk in Nieuw-Vennep begint bij de bodem, en die is hier overwegend zeeklei. De Haarlemmermeer is een diepe droogmakerij met zware, kalkrijke zeeklei op de oude meerbodem: redelijk draagkrachtig, maar slecht waterdoorlatend, zodat cunetten snel vollopen en drainage onder terras en oprit vrijwel altijd nodig is. Plaatselijk liggen er nog veenrestanten en zandruggen langs de polderrand, wat binnen één perceel verschil in zetting kan geven.
Golvende tegels boven boomwortels zijn zelden op te lossen door wortels weg te snijden; het pad iets verhogen of de groeiplaats met een drukvaste laag verbeteren houdt de boom in stand. Puinfunderingen van voor 1994 kunnen asbest bevatten; bij twijfel wordt de laag onderzocht voordat hij wordt uitgegraven, hergebruikt of door de tuin verspreid raakt. Bij het opnieuw stellen van een verzakt terras wordt vaak alleen de hoogte hersteld; zonder het afschot te corrigeren loopt het water daarna nog steeds richting de gevel. Herstel van een verzakking begint bij de oorzaak: nazakking van een oude ophoging vraagt een andere aanpak dan uitspoeling van zand langs een lekke leiding of een slecht verdichte sleuf.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De polder ligt circa vijf meter onder NAP en wordt via rechte tochten op de Ringvaart bemalen, waarbij brakke kwel een aandachtspunt is voor beplanting en drainage. Drainage uit een eerdere aanleg ligt vaak nog in de grond en functioneert soms nog gedeeltelijk, zodat opsporen en doorspuiten voorafgaat aan het leggen van een nieuw stelsel. Een tuin met natte plekken die alleen in de winter optreden, vraagt geen volledige herziening van de waterhuishouding; gericht ontwateren van die plekken lost het meestal op. Voordat er iets aan de ontwatering verandert, is het zaak te weten waar het water vandaan komt, want een lekke regenpijp of een verstopte afvoer verklaart meer plassen dan de grondwaterstand.