Wie in Nieuw-Vennep de schop in de grond zet, komt vooral zeeklei tegen. De Haarlemmermeer is een diepe droogmakerij met zware, kalkrijke zeeklei op de oude meerbodem: redelijk draagkrachtig, maar slecht waterdoorlatend, zodat cunetten snel vollopen en drainage onder terras en oprit vrijwel altijd nodig is. Plaatselijk liggen er nog veenrestanten en zandruggen langs de polderrand, wat binnen één perceel verschil in zetting kan geven.
Beluchten met holle pennen en het afvoeren van de proppen werkt op zware klei beter dan prikken alleen, omdat een massieve pen de wand van het gaatje juist dichtsmeert. Bladval blijft op klei beter niet op het gazon liggen: de zode ademt er toch al moeizaam en een natte bladlaag verstikt het gras binnen enkele weken. Bezanden heeft alleen zin met scherp zand in dunne beurten die in de zode wegwerken; een dikke laag ineens legt een scherpe grens op de klei waar het water op blijft staan. Spitten van natte klei keert de structuur om en levert kluiten op die in de zomer steenhard opdrogen; oppervlakkig woelen zodra de grond kruimelt geeft een beter resultaat.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. De polder ligt circa vijf meter onder NAP en wordt via rechte tochten op de Ringvaart bemalen, waarbij brakke kwel een aandachtspunt is voor beplanting en drainage.