Het werk in Mijdrecht begint bij de bodem, en die is hier overwegend veen op klei. Mijdrecht ligt in de diepe droogmakerij Groot-Mijdrecht, ongeveer zes meter onder NAP, met veen in het oostelijk deel en klei in het westelijk deel en een maaiveld dat de afgelopen decennia gemiddeld zo'n 0,8 cm per jaar zakte. Grondwerk moet daarom rekening houden met een hoge grondwaterstand en sterke kwel: een ruim cunet, drainage die op het polderpeil is afgestemd, en bij zwaardere verharding voorbelasten of funderen op palen.
Veengrond krimpt in een droge zomer en zwelt in de winter weer op, zodat een gazon dat in april vlak lag in oktober oneffen aanvoelt. Maaien met een zware machine op doorweekte grond drukt sporen in de kleibovengrond die het gazon een heel seizoen lang blijft laten zien. Beschoeiingen en vlonders verdienen een vaste najaarsronde, omdat losgetrokken bevestigingen en een verzakte gording in het groeiseizoen achter de beplanting onzichtbaar blijven. De stikstofgift kan in de zomer omlaag omdat de veenbodem zelf stikstof vrijmaakt, terwijl kalium op deze grond juist structureel aandacht vraagt bij de bemesting.
Naast de bodem telt het water mee. De boezemrivier de Kromme Mijdrecht ligt door de bodemdaling inmiddels ruim anderhalve meter hoger dan de omliggende polders, die daardoor met gemalen moeten worden leeggepompt en bovendien zoute kwel te verwerken krijgen.