De ondergrond in Linschoten bestaat overwegend uit rivierklei, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Het dorp is gebouwd op de stroomrug waar de Lange Linschoten overgaat in de Korte Linschoten, maar de scheve toren van de Sint-Janskerk, die in 1877 wegens verzakking werd ingekort, bewijst dat die kleirug minder draagkrachtig is dan hij oogt. Direct ten oosten begint komklei en westelijk komt rietveen voor, dus zwaardere verharding of een tuinmuur vraagt hier per perceel een controle van de draagkracht en vaak extra voorbelasting.
Onder een terras op rivierklei hoort een scheidingsdoek tussen de kleiondergrond en het zandbed; zonder dat doek werkt de fijne klei zich bij elke regenbui omhoog in de fundering. Vrijkomende klei uit het cunet is ongeschikt als aanvulling onder verharding; die grond verdicht niet tot een stabiele laag en hoort in het plantvak of gaat van het werk af. Een zandcunet in klei gedraagt zich als een badkuip: het water dat erin zakt kan nergens heen, dus hoort er een afvoer of drainageleiding naar de sloot of het riool aan vast. Zware klei krimpt in een droge zomer en zwelt in de winter weer op; opsluitbanden in een betonnen bed houden de randen van een oprit in Linschoten daarom op hun plaats. Voor een oprit met autobelasting wordt op klei doorgaans een laag menggranulaat 0/31,5 aangebracht, in lagen van ongeveer 25 centimeter verdicht zodat de fundering niet later nazakt.
Naast de bodem telt het water mee. Midden in het dorp gaat de Lange Linschoten over in de Korte Linschoten; dit riviertje en de bijbehorende polderweteringen bepalen de waterhuishouding van het Linschoter veenweidegebied. Afschot naar een border of grasstrook volstaat hier vaak, doordat de bodem de bui daadwerkelijk kan opnemen zolang het grondwater niet tot in de wortelzone is gestegen. Een terras op het noorden droogt na een bui traag op en krijgt toch groene aanslag; dat komt door beschaduwing en niet door de stand van het grondwater. Een oprit die in de winter merkbaar zachter aanvoelt, staat met zijn fundering in opgezet grondwater; dieper ontgraven en een dikkere funderingslaag helpen waar de belasting hoog is.