Onder Hoofddorp ligt hoofdzakelijk zeeklei; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. De Haarlemmermeerpolder is een droogmakerij met een toplaag van kalkrijke zeeklei en zavel, die binnen 0,5 tot 2 meter overgaat in slibhoudend zand; rond Hoofddorp ligt daarnaast plaatselijk het zandige oude zeegat in de ondergrond. Die klei draagt redelijk, maar slaat nat snel dicht en zet na onder belasting, dus een ruim gestabiliseerd zandcunet en een doordachte afwatering zijn hier bepalend voor een oprit of terras die vlak blijft.
Onder sierbestrating op zeeklei hoort een cunet van minimaal dertig centimeter ophoogzand op een scheidingsdoek, omdat het zand zich anders in de kleiige ondergrond werkt en de verharding plaatselijk wegzakt. Afschot van ongeveer een centimeter per meter richting gras, goot of kolk weegt op klei zwaarder dan op zand, want het hemelwater zakt niet ter plaatse weg maar moet over het oppervlak weg. Voor een oprit met autobelasting komt er op het zand een laag menggranulaat 0/31,5, omdat de puntlasten van de banden anders in de slappe klei worden gedrukt en er spoorvorming ontstaat. Langs de gevel van een op palen gefundeerd huis blijft het metselwerk op hoogte terwijl het terras met de klei meezakt; een losse strook tegels op die aansluiting houdt bijstellen later eenvoudig.
Naast de bodem telt het water mee. Hoofddorp ligt in een diepe droogmakerij die volledig door de Ringvaart wordt omsloten, met een raster van tochten dat het polderpeil regelt en plaatselijk brakke kwel. Een fundering onder verharding blijft hier het grootste deel van het jaar droog, wat de draagkracht van het pakket ten goede komt en de kans op nazakking verkleint. Een drainagebuis onder verharding heeft een vrij uitstroompunt nodig, en bij deze standen kan dat vaak op een lager gelegen deel van het perceel of op een infiltratiekoffer. In de natte maanden kan het grondwater tot in de onderkant van het cunet stijgen, waardoor een zandbed dat dan verzadigd raakt tijdelijk draagkracht verliest onder zware belasting.