Wie in Bergschenhoek de schop in de grond zet, komt vooral kleigrond tegen. Bergschenhoek ligt in een van de diepste polders van Nederland, van ongeveer -4,8 m NAP in het westen tot -6,2 m NAP in het oosten en zuiden, met kleigrond aan de oppervlakte en veenrestlagen in de ondergrond. Juist die veenlagen bepalen de zetting: onder zwaardere bestrating, bijgebouwen of een oprit is voorbelasting of een diepere cunetopbouw nodig om na-zakking te beperken.
Een KLIC-melding gaat vooraf aan elke ontgraving, en proefsleuven met de hand zijn in klei extra bewerkelijk omdat de grond zwaar is en aan het gereedschap blijft plakken. Voorbelasting met overhoogte, zo nodig versneld met verticale drainage, verkort de periode die een kleipakket nodig heeft om het grootste deel van zijn zetting af te maken. Klei is maar in een smal vochttraject bewerkbaar: te nat versmeert de grond onder de bak, te droog breekt hij in harde kluiten die niet meer op elkaar aansluiten. Vrijkomende klei valt onder het Besluit bodemkwaliteit, met als route hergebruik binnen hetzelfde werk of afvoer op basis van een partijkeuring en de vastgestelde kwaliteitsklasse. Afgegraven klei levert sterk uit: een kuub vaste ondergrond wordt na ontgraven ruim een kuub los materiaal, wat het aantal transportbewegingen en de benodigde depotruimte bepaalt. Ophogen op klei vraagt tijd: het poriewater moet uit de laag geperst worden voordat de zetting stopt, en die consolidatie verloopt door de lage doorlatendheid traag.
Daar komt de waterstand bij. Het dorp grenst aan de Rottemeren en het Hoge en Lage Bergse Bos, terwijl de polders eromheen meters onder NAP liggen en dus permanent bemalen worden. Natte grond weegt fors meer dan dezelfde grond in droge toestand, wat het aantal transportbewegingen vergroot bij afvoer van vrijkomende grond onder het Besluit bodemkwaliteit. Ophogen is bij een hoge grondwaterstand vaak de enige manier om droge voeten te krijgen, maar het extra gewicht drukt de slappe ondergrond samen en vraagt vooraf een inschatting van de te verwachten zetting.