In Waddinxveen is veengrond de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. De ondergrond van Waddinxveen bestaat uit slap veen dat blijvend inklinkt; rond woningen van een halve eeuw oud is het maaiveld hier plaatselijk al tientallen centimeters gezakt. Verharding vraagt daarom een royaal zandcunet met geotextiel en bij aanbouw of zware constructies fundering op palen, zodat het bouwwerk niet met de tuin mee omlaag zakt.
Gazon op veen vermost sneller door de lage pH en de natte bovenlaag; verticuteren haalt de viltlaag weg, maar zonder aanpassing van de bodem komt het mos terug. Palen van een hekwerk of pergola komen in veen na jaren scheef te staan doordat de grond eromheen ongelijk zakt; rechtzetten houdt alleen stand als de paal in een vastere laag reikt. Slootkanten in Waddinxveen vallen onder de schouw van het waterschap, en een afgekalfde veenrand vraagt na het maaien extra aandacht omdat zo'n rand snel verder inzakt. Bij vorst draagt een veenbodem kortstondig goed, terwijl de bovenlaag tijdens de dooi juist extra kwetsbaar is; werk met materieel wordt daarom liever in een droge dan in een dooiende periode gepland. Beluchten heeft op een verzadigde veenbodem weinig effect, doordat de gaten in de weke grond direct dichtvloeien in plaats van open te blijven staan. Kalk werkt op een veenbodem trager door dan op zand, doordat het hoge gehalte organische stof veel zuur kan bufferen en de zuurgraad zich daardoor over meerdere seizoenen verplaatst.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. De Gouwe vormt hier de boezem waarop de omliggende polders uitmalen; in de Zuidplaspolder ten zuiden van het dorp werd ooit het laagste polderpeil ter wereld gemeten, 7,10 meter onder NAP.