Wie in Waddinxveen de schop in de grond zet, komt vooral veengrond tegen. De ondergrond van Waddinxveen bestaat uit slap veen dat blijvend inklinkt; rond woningen van een halve eeuw oud is het maaiveld hier plaatselijk al tientallen centimeters gezakt. Verharding vraagt daarom een royaal zandcunet met geotextiel en bij aanbouw of zware constructies fundering op palen, zodat het bouwwerk niet met de tuin mee omlaag zakt.
De plas-draszone wordt uitgezet ten opzichte van het vastgestelde polderpeil, en doordat dat peil in de veenpolders rond Waddinxveen vastligt, blijft de waterdiepte in die zone jarenlang voorspelbaar. Een vooroever van palen met vlechtwerk vormt een kamer die met grond of bagger kan worden gevuld, zodat voor de oude oeverlijn een nieuwe flauwe zone ontstaat zonder het achterland te vergraven. Het weghalen van een oude beschoeiing legt bij een veenoever een steile onbeschermde rand bloot, die in dezelfde werkgang wordt afgevlakt en tijdelijk vastgelegd tot de begroeiing het overneemt. De helling van een natuurvriendelijke oever kan deels onder water worden uitgevoerd, waardoor het talud in het natte profiel ligt en er boven water minder perceelbreedte verloren gaat. Graverij van muskusratten volgt in een veenoever de zachte lagen en holt de kant van binnenuit uit, terwijl een flauw talud met een dichte begroeiing daar veel minder geschikt voor is. Mensen en honden die telkens op dezelfde plek de kant op en af gaan, slijten in een veentalud snel een geul; een aangewezen instap of een vlonder houdt de rest van de oever intact.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. De Gouwe vormt hier de boezem waarop de omliggende polders uitmalen; in de Zuidplaspolder ten zuiden van het dorp werd ooit het laagste polderpeil ter wereld gemeten, 7,10 meter onder NAP. Boezemwater kent een grotere peilvariatie dan een polder achter een gemaal, waardoor de oeverzone daar breder wordt uitgevoerd dan langs een sloot met een strak gereguleerd peil. De schouw van het waterschap toetst of de watergang op de voorgeschreven diepte en breedte is; een oever die naar binnen is gezakt, komt daarbij als achterstallig onderhoud naar voren.