Wie in Rotterdam de schop in de grond zet, komt vooral opgehoogde stedelijke grond tegen. Onder de zandophoging zit een slap pakket veen en klei; de bodem daalt gemiddeld zo'n 3,5 mm per jaar en op sommige plekken meer dan een centimeter. Gebouwen staan op palen en zakken niet mee, dus leg tuinen, terrassen en opritten herstelbaar aan — verharding in zand in plaats van beton hard tegen de gevel — en houd bij grondwerk rekening met houten paalfunderingen die droogstand niet verdragen.
Bij het herprofileren komen resten van eerdere tuinen tevoorschijn, van betonpoeren en tegelpaden onder het gras tot stukken folie; die gaan eruit zodat de teeltlaag overal gelijk wordt. Jarenlang berijden heeft de laag onder de verharding dichtgereden; die eerst losbreken en pas daarna aanvullen voorkomt dat regenwater op de oude fundering blijft staan. Een regenpijp afkoppelen is op doorlatend ophoogmateriaal aantrekkelijk, maar het water zoekt de weg van de minste weerstand; houd daarom afstand tot de gevel en tot een kelder. Voordat een verzakt terras definitief wordt hersteld, is het zinvol te weten of de zetting nog doorloopt; enkele hoogtemetingen verspreid over een aantal maanden geven daar uitsluitsel over. Openbare verharding wordt in Rotterdam periodiek opgehoogd, waardoor de straat in de loop der jaren hoger ligt dan de tuin; de aansluiting op de erfgrens en de afwatering worden opnieuw bepaald. Een plaatselijke kuil komt zelden door de bestrating zelf maar door uitspoeling of een demping eronder; alleen zand bijvullen lost dat niet op, de holte moet stabiel worden gevuld.
Daar komt de waterstand bij. De Nieuwe Maas is getijdenwater, terwijl de wijken erachter via singels en boezem op gemalen afwateren en de stad haar wateropgave expliciet koppelt aan bodemdaling en piekbuien. Bij het opnemen van oud straatwerk komt de werkelijke funderingsdikte aan het licht, en op percelen met een matige stand blijkt die vaak dun maar droog en nog bruikbaar. Een verzakte tuin herstellen begint met inmeten: pas als de hoogtes ten opzichte van dorpel, put en waterlijn bekend zijn, is duidelijk hoeveel er te verdelen valt.