Het werk in Rijnsaterwoude begint bij de bodem, en die is hier overwegend veengrond. Het dorpslint staat op restveen van de middeleeuwse ontginning, terwijl de aangrenzende Vierambachtspolder na vervening tot meters onder NAP is drooggemalen. Op dat restveen is de draagkracht laag, waardoor voorbelasting en een royale zandbaan onder klinkers, grind of een oprit noodzakelijk zijn.
Een borderophoging met tuinaarde drukt het onderliggende veen samen, zodat een border die bij aanleg tien centimeter boven het pad lag na enkele jaren gelijk of lager kan liggen. Zwaardere onderdelen zoals een gesloten terras zakken sneller dan een border met alleen teelaarde, waardoor het hoogteverloop in een veentuin vooral op de overgangen tussen die vlakken ontstaat. Drainage in een veentuin werkt alleen zolang de buis boven het slootpeil uitkomt, en door maaivelddaling kan die marge na een reeks seizoenen volledig verdwenen zijn. Een veentuin heeft geen vaste nulhoogte: het maaiveld van vandaag is het startpunt, terwijl de gefundeerde delen van huis en schuur het enige echt vaste referentiepunt op het perceel vormen. Een laaggelegen natte hoek in een veentuin is beter te overbruggen met een vlonderpad op schroefpalen dan met ophogen, omdat ophogen de zakking juist verder aanjaagt. Een dun pakket halfverharding of een houten vlonder belast veen minder dan een gesloten zandbed met tegels, wat het verschil in zakking tussen de tuinonderdelen kleiner houdt.
Naast de bodem telt het water mee. Het dorp ligt aan de oostoever van de Braassemermeer met de Leidse Vaart dwars door de kern en diep drooggemalen polders direct ten zuiden daarvan. Het waterschap houdt het peil in de sloot binnen de marges van het peilbesluit, zodat de waterlijn in de tuin een vast gegeven is waarop hoogtes en beschoeiing worden afgestemd. Een tuin ophogen om droger te worden werkt alleen als het water ergens heen kan; zonder afvoerpunt ontstaat er een verhoogde bak die het regenwater juist vasthoudt. Een tuinhuis of overkapping in Kaag en Braassem krijgt op deze percelen een fundering tot in een dragende laag, of juist bewust een lichte en meebewegende opzet; iets daartussen levert scheefstand op.