Elke opdracht in Reeuwijk start met de vraag wat veengrond op dit perceel toelaat. Reeuwijk ligt midden in een veengebied dat door eeuwen turfwinning is uitgeveend; het achtergebleven restveen is nat, slap en heeft een zeer lage draagkracht. Terrassen en opritten vragen ophoging met zand en een zettingsarme opbouw, en bij percelen direct aan de plassen loont het om zwaardere elementen op palen of een lastenverdelende plaat te zetten.
Boomstobben en oude wortels verteren in natte veengrond traag; blijven ze in de grond zitten, dan ontstaat op die plek later een plaatselijke verzakking wanneer het materiaal alsnog afbreekt. Een border met aangevoerde tuinaarde lijkt lichter dan de verwijderde tegelopbouw, maar per vierkante meter scheelt dat minder dan verwacht; de winst zit in de dikte van het nieuwe pakket. Bij een renovatie komen oude huisaansluitingen tevoorschijn die door maaivelddaling zijn weggezakt ten opzichte van de gefundeerde gevel; die aansluiting wordt gecontroleerd voordat het nieuwe maaiveld dichtgaat. Een wadi werkt op veen vooral als bergingsvoorziening met een geknepen afvoer, omdat de verzadigde ondergrond het water niet snel genoeg opneemt om alleen op infiltratie te vertrouwen.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Het dorp grenst direct aan de dertien Reeuwijkse Plassen en wordt doorsneden door de Breevaart, waardoor de grondwaterstand hoog is en veel percelen rechtstreeks aan open water liggen. Uitbreiding van verharding telt bij een renovatie mee in de waterbalans van het perceel, zodat wat aan verhard oppervlak bijkomt bij voorkeur elders in de tuin geborgen wordt. Een terras dat na jaren onder het maaiveld is weggezakt, vangt het water van de hele tuin op; opnieuw straten zonder de afvoer en het afschot aan te pakken herhaalt datzelfde beeld.