In Naaldwijk is zandgrond de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. De oude kern van Naaldwijk ligt op geestgrond: het zand van dezelfde strandwal waarop ook Monster en Loosduinen zijn ontstaan. Dat zand draagt goed en laat water snel door, maar in de negentiende eeuw is er rond Naaldwijk veel geest afgezand en per schuit naar de kleigronden gevaren, dus even buiten de kern stuit je alsnog op zware zeeklei en opgevaren grond; grondonderzoek vooraf bepaalt hier de cunet-diepte.
Rododendron, hortensia, blauwe bosbes en struikheide gedijen op zure zandgrond zonder grondverbetering, terwijl kalkminnende soorten als lavendel en clematis er zonder bekalking blijven achterblijven. Wind droogt de bovenlaag rond jonge aanplant op open zandgrond snel uit; een laag houtsnippers van vijf tot zeven centimeter remt de verdamping en houdt onkruidconcurrentie weg. Nieuwe aanplant op zand komt de eerste twee zomers zelden zonder watergift door, doordat het beschikbare bodemvocht in de wortelzone eerder op is dan de wortels zich hebben kunnen uitbreiden. Het plantgat wordt op zandgrond breder dan diep gemaakt en de teruggezette grond met organische stof gemengd, zodat er rond de kluit een zone ontstaat die vocht vasthoudt. Zandgrond warmt in het voorjaar snel op en blijft in het najaar lang bewerkbaar, waardoor blootwortelig materiaal er ruim de tijd krijgt om voor de vorst in te wortelen. Verankering van een nieuwe boom vraagt in los zand langere palen dan gebruikelijk, omdat de houvast uit de wrijving over de paallengte komt en de bovenste decimeters weinig weerstand bieden.
Daar komt de waterstand bij. Naaldwijk ligt hoger op de geest, met daaromheen de bemalen Westlandse polders en het dichte slotenpatroon dat vanouds zowel afwatering als gietwater voor de tuinbouw verzorgde. De wortelzone reikt hier dieper dan op een nat perceel, waardoor bomen na de aanslagperiode zelfstandiger worden en minder afhankelijk zijn van gieten in een droge zomer. Een middelhoge grondwaterstand biedt de meeste tuinplanten precies wat ze nodig hebben: vocht op diepte om naartoe te wortelen en een luchtige toplaag om in te ademen.