Onder Koudekerk aan den Rijn ligt hoofdzakelijk rivierklei; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. De dorpskern ligt op de stroomrug van de Oude Rijn, waar rivierklei op zand een relatief stabiele en goed draagkrachtige ondergrond geeft. Dieper het polderland in gaat dat binnen enkele honderden meters over in slap veen, dus juist op die overgang moet het cunet dieper en moet er met verschilzetting tussen oprit, terras en gevel rekening worden gehouden.
Een flauw talud van ongeveer 1:3 of flauwer blijft in klei stabiel, terwijl een steile kleioever bij verzadiging in één keer langs een glijvlak wegschuift. Rivierklei is voedselrijk, waardoor een nieuwe oever zonder ingrijpen dichtgroeit met riet en brandnetel; het afgraven van de voedselrijke toplaag geeft ruimte aan meer soorten. In de natte zone van een voedselrijke kleioever horen soorten als gele lis, kattenstaart en zwanenbloem thuis; die vestigen zich hier zonder grondverbetering. Een flauwer talud brengt de waterlijn dichter bij het land, waardoor de drooglegging van het aangrenzende perceel opnieuw bekeken wordt voordat er grond wordt weggehaald. De klei die bij het verflauwen van een oever vrijkomt is meestal goed herbruikbaar op het perceel zelf, mits de kwaliteit is vastgesteld volgens het Besluit bodemkwaliteit. Een natuurvriendelijke oever kost oppervlakte: het flauwe talud loopt het perceel in, wat vooraf naast de perceelgrens en de legger van het waterschap wordt gelegd.
Naast de bodem telt het water mee. Het dorp ligt aan de boezem van de Oude Rijn, met daarachter de Hondsdijkse en Lagewaardse polder die van oudsher door poldermolens werden bemalen. Een natuurvriendelijke oever met een flauw talud vraagt breedte: het profiel loopt onder water door, zodat zo'n oever meer perceelruimte kost dan een verticale beschoeiing. De schouw van het waterschap toetst of de watergang op de voorgeschreven diepte en breedte is; een oever die naar binnen is gezakt, komt daarbij als achterstallig onderhoud naar voren. Boezemwater kent een grotere peilvariatie dan een polder achter een gemaal, waardoor de oeverzone daar breder wordt uitgevoerd dan langs een sloot met een strak gereguleerd peil.