Elke opdracht in Katwijk start met de vraag wat duinzand op dit perceel toelaat. Katwijk ligt op jong duinzand: uitstekend waterdoorlatend, hoge draagkracht en vrijwel geen zetting, zodat een cunet van 25 tot 35 cm met goed verdicht zand meestal volstaat. Alleen langs de Oude Rijn ligt een strook jonge zeeklei die trager afwatert, en het kalkrijke, schrale duinzand vraagt in plantvakken om extra teelaarde en organische stof.
Een open zandvlak stuift bij harde wind; zolang de beplanting nog niet gesloten is, houdt een laag houtsnippers of een snelgroeiende bodembedekker het zand op zijn plek. Een wadi loopt in dit zand zo snel leeg dat er nauwelijks een natte periode ontstaat; de beplanting op de bodem ervan moet vooral droogte verdragen. Beregening wordt op duinzand meestal al in de aanleg meegenomen, omdat de bodem in droge zomermaanden onvoldoende vocht kan naleveren aan gazon en jonge beplanting. Compost of leemhoudende grond door de bovenste dertig centimeter werken verhoogt het vochthoudend vermogen van de plantvakken; een losse laag teelaarde bovenop het zand droogt juist het snelst uit. Een tuin op duinzand begint bij vocht vasthouden: het zand levert weinig water na, waardoor de bovengrond na enkele dagen zonder regen al kurkdroog is. Het maaiveld ligt in Katwijk vaak in reliëf; egaliseren voor gazon of terras betekent er meestal grondverzet binnen de tuin zelf in plaats van aanvoer van zand.
Daar komt de waterstand bij. In de duinen staat vrijwel geen oppervlaktewater, maar bij de uitwatering van de Oude Rijn wordt hier het overtollige water van heel Rijnland op de Noordzee geloosd. Een bouwwerk in de tuin komt bij deze standen doorgaans op een fundering op staal, mits die tot onder de vorstdiepte reikt en op ongeroerde grond wordt aangezet. Het hoogteplan kan hier ruimer worden opgezet, want verdiepte terrassen, trappen en een zitkuil zijn mogelijk zolang het laagste punt een afvoer of een overloop heeft.