Elke opdracht in Katwijk start met de vraag wat duinzand op dit perceel toelaat. Katwijk ligt op jong duinzand: uitstekend waterdoorlatend, hoge draagkracht en vrijwel geen zetting, zodat een cunet van 25 tot 35 cm met goed verdicht zand meestal volstaat. Alleen langs de Oude Rijn ligt een strook jonge zeeklei die trager afwatert, en het kalkrijke, schrale duinzand vraagt in plantvakken om extra teelaarde en organische stof.
Bomenzand onder verharding dient op duinzand vooral als vocht- en voedingsbuffer en niet voor beluchting; de doorwortelbare ruimte moet groot genoeg zijn om een droge zomer te overbruggen. Jonge aanplant op zand krijgt beter minder vaak en dieper water dan dagelijks een scheutje, zodat de wortels de diepte in gaan in plaats van in de toplaag te blijven hangen. Bomen wortelen in duinzand diep en breed omdat het vocht in de diepte zit; opdruk onder verharding ontstaat vooral waar zich onder een terras condenswater verzamelt. Duinzand is kalkrijk en de pH ligt er vaak boven de zeven; zuurminnende soorten als rododendron, skimmia en struikheide krijgen daar geelverkleuring door ijzergebrek. Lavendel, perovskia, santolina, sedum en schapengras horen thuis op een droge, kalkrijke standplaats, met taxus of liguster voor de groenblijvende structuur.
Daar komt de waterstand bij. In de duinen staat vrijwel geen oppervlaktewater, maar bij de uitwatering van de Oude Rijn wordt hier het overtollige water van heel Rijnland op de Noordzee geloosd. In een normale zomer redt nieuwe aanplant het hier zonder aanvullend water, maar in een droog jaar reikt de kluit niet tot het grondwater en is watergeven noodzakelijk. Soorten met een uitgesproken voorkeur voor permanent nat of juist voor extreem droog doen het hier zelden goed, omdat de standplaats het grootste deel van het jaar gematigd blijft.