Elke opdracht in Haarlem start met de vraag wat zandgrond op dit perceel toelaat. Haarlem ligt op een oude strandwal: het centrum, Noord en de westkant hebben droog, goed doorlatend duin- en strandzand met ruime draagkracht, terwijl Schalkwijk en Molenwijk ten oosten van het Spaarne op slap veen zijn gebouwd. Op het zand volstaat een ondieper cunet en is extra drainage zelden nodig, in het oostelijke deel juist wel — één stad met twee volstrekt verschillende funderingsopgaven.
Ontharden geeft op zand direct resultaat: zodra de verharding in Haarlem verwijderd is, zakt het hemelwater vrijwel meteen in de bodem en verdwijnt de piekafvoer naar het riool. De grond onder een jarenlang verharde plek is op zand vrijwel zonder organische stof en bodemleven; compost inbrengen en de laag opnieuw doorwortelbaar maken gaat aan elke beplanting vooraf. Nieuwe verharding krijgt bij een renovatie bij voorkeur afschot naar het groen in plaats van naar de straat, wat op een infiltrerende zandbodem de neerslag ter plaatse houdt. Herstel van een verzakking begint op zand met ontgraven tot onder de zwakke laag; alleen zand bijvullen onder de klinkers laat dezelfde plek binnen een jaar opnieuw zakken.
Daar komt de waterstand bij. Het Spaarne loopt dwars door Haarlem, met droge strandwalgrond aan de westzijde en natte polder met hoge grondwaterstand in het oostelijke deel van de stad. Verharding die bij een renovatie wordt uitgebreid, verplaatst neerslag van de bodem naar de afvoer; een deel van dat water elders in de tuin bergen houdt de balans overeind. Een verzakte tuin herstellen begint met inmeten: pas als de hoogtes ten opzichte van dorpel, put en waterlijn bekend zijn, is duidelijk hoeveel er te verdelen valt.