In Amstelveen is veengrond de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Amstelveen is gebouwd op het veenweidegebied van het oude Nieuwer-Amstel, met daaronder plaatselijk zavel en klei; de naoorlogse wijken zijn met zand opgehoogd, maar het veen daaronder klinkt door. Het gevolg is ongelijke zetting tussen opgehoogde en niet-opgehoogde delen, waardoor verhardingen hier het beste modulair en herstelbaar worden aangelegd in plaats van als één starre constructie.
Hergebruik van vrijkomende grond valt onder het Besluit bodemkwaliteit, en bij een hoog gehalte organische stof is toepassing elders vaak beperkt, waardoor afvoer naar een erkende verwerker overblijft. In veenpakketten met tussenliggende kleilagen versnelt verticale drainage het afvoeren van poriewater, al loopt de langzame kruipzetting van het veen zelf daarna gewoon door. Materieel op rupsen met een lage gronddruk richt op veen minder schade aan dan een machine op banden, en rijplaten verdelen het resterende gewicht over een groter oppervlak. Ontgraven in veen gebeurt bij voorkeur in korte vakken die dezelfde dag weer dichtgaan, omdat een open sleuf onder de grondwaterstand volloopt en de wanden uit zichzelf naar binnen zakken.
Daar komt de waterstand bij. Rond Amstelveen liggen veenweidepolders als de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder met karakteristiek brede sloten, plus de nooit drooggemalen Amstelveense Poel langs het Amsterdamse Bos. Bemaling is bij dit soort standen meestal niet nodig, al kan een diepe leidingsleuf of een funderingsput in een natte periode alsnog om een pomp vragen. Een cunet mag hier dieper worden aangelegd dan op percelen met water vlak onder het maaiveld, wat ruimte geeft voor een volwaardige funderingsopbouw onder een oprit.