Onder Amstelveen ligt hoofdzakelijk veengrond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Amstelveen is gebouwd op het veenweidegebied van het oude Nieuwer-Amstel, met daaronder plaatselijk zavel en klei; de naoorlogse wijken zijn met zand opgehoogd, maar het veen daaronder klinkt door. Het gevolg is ongelijke zetting tussen opgehoogde en niet-opgehoogde delen, waardoor verhardingen hier het beste modulair en herstelbaar worden aangelegd in plaats van als één starre constructie.
Vaste planten met vlezige wortels, zoals pioen, verdragen een natte veenwinter slecht, terwijl soorten uit natte graslanden zoals moerasspirea en grote kattenstaart er juist op hun plaats zijn. Veengrond is doorgaans zuur en kalkarm, wat de opname van fosfaat en enkele sporenelementen remt en de soortkeuze stuurt richting planten die een lage pH verdragen. Zand door een plantvak mengen verbetert de structuur van veen niet blijvend, omdat het zand door de organische massa naar beneden zakt en de bodem bij verdere vertering opnieuw inklinkt. Wortelopdruk verloopt op veen anders dan op zand: de zakkende ondergrond en de dikker wordende wortel werken tegen elkaar in, waardoor een pad naast een boom zowel bulten als kuilen krijgt. Een vlakke wortelschijf in slappe grond geeft bij storm minder houvast, wat pleit voor kleinere boomvormen of een verankering die langer blijft staan dan op een zandbodem nodig zou zijn.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Rond Amstelveen liggen veenweidepolders als de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder met karakteristiek brede sloten, plus de nooit drooggemalen Amstelveense Poel langs het Amsterdamse Bos. Een plantgat hoeft hier niet verhoogd te worden aangelegd, mits de bodem van het gat ook in een natte winter niet onder water komt te staan. Najaarsplanting benut de nog warme bodem en de stijgende grondwaterstand, waardoor de beworteling op gang komt voordat de eerste droge periode aanbreekt. Een haag of boom vlak langs een sloot staat met de ene zijde in een nattere zone dan met de andere, wat aan de waterkant tot afwijkende groei kan leiden.