In Amstelveen is veengrond de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Amstelveen is gebouwd op het veenweidegebied van het oude Nieuwer-Amstel, met daaronder plaatselijk zavel en klei; de naoorlogse wijken zijn met zand opgehoogd, maar het veen daaronder klinkt door. Het gevolg is ongelijke zetting tussen opgehoogde en niet-opgehoogde delen, waardoor verhardingen hier het beste modulair en herstelbaar worden aangelegd in plaats van als één starre constructie.
Bestrating op veen wordt met overhoogte aangelegd, zodat het profiel na de eerste zetting op de bedoelde hoogte uitkomt in plaats van er merkbaar onder. Menggranulaat 0/31,5 geeft een stijve en goed verdichtbare fundering, maar het materiaal is zwaar; op veen blijft de laagdikte daarom beperkt en ligt er altijd doek onder. Een pakket ophoogzand van dertig centimeter brengt al snel vierhonderd tot vijfhonderd kilo per vierkante meter op het veen, en die belasting blijft aanwezig zolang de verharding blijft liggen. Halfverharding van gebroken puin of split volgt een zakkende ondergrond zonder te breken en laat zich met een hark bijwerken, waar een gesloten steenverband bij zetting hoogteverschillen laat zien. Veen blijft na de eerste samendrukking jarenlang doorzakken door kruip, waardoor een oprit in Keizer Karelpark die het eerste jaar vlak lag daarna alsnog uit profiel loopt.
Daar komt de waterstand bij. Rond Amstelveen liggen veenweidepolders als de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder met karakteristiek brede sloten, plus de nooit drooggemalen Amstelveense Poel langs het Amsterdamse Bos. Een fundering die afwisselend nat en droog is, loopt meer kans op vorstschade dan een die permanent droog blijft; een goed doorlatend zandbed met weinig fijn materiaal beperkt dat risico. In de natte maanden kan het grondwater tot in de onderkant van het cunet stijgen, waardoor een zandbed dat dan verzadigd raakt tijdelijk draagkracht verliest onder zware belasting.