Het werk in Aalsmeer begint bij de bodem, en die is hier overwegend veengrond. Aalsmeer ligt op ontgonnen veen langs de Westeinder, een bodem met lage draagkracht die blijft inklinken zodra hij ontwatert. Bestrating en tuinaanleg zakken hier zonder maatregelen binnen enkele jaren zichtbaar na, dus werken we met een ruim zandcunet op geotextiel, lichte overhoogte en een verharding die los blijft van de gefundeerde woning.
Rijden met een maaimachine over een verzadigde veenbodem drukt sporen in de zode die niet vanzelf terugveren, omdat veen na vervorming zijn oorspronkelijke structuur niet herneemt. Slootkanten in Aalsmeer vallen onder de schouw van het waterschap, en een afgekalfde veenrand vraagt na het maaien extra aandacht omdat zo'n rand snel verder inzakt. Scheuren die in een droge zomer in het gazon verschijnen, lopen op veen door tot diep in de zode en sluiten pas wanneer de bodem over de volle diepte opnieuw verzadigd is. Bomen op een slappe ondergrond zijn gebaat bij een regelmatige, lichte kroonsnoei die het windvangend oppervlak beperkt, omdat de ondergrond zelf weinig weerstand biedt tegen kantelen.
Naast de bodem telt het water mee. Ruim een derde van het grondgebied van Aalsmeer bestaat uit water, vooral de Westeinderplassen, waardoor boezem, sloten en open water het hele dorp doorsnijden.