Onder Voorschoten ligt hoofdzakelijk zandgrond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Het dorp is gebouwd op de oude strandwal Voorburg-Leidschendam-Voorschoten met kalkloze zandgronden die regenwater snel wegzetten en vrijwel niet nazakken. Richting de Vliet en de Duivenvoordse-Veenzijdse polder ligt meerveen tot dieper dan 1,20 m onder maaiveld; daar vraagt grondwerk om geotextiel, een royaal cunet en soms een lichte fundering op palen.
Wind droogt de bovenlaag rond jonge aanplant op open zandgrond snel uit; een laag houtsnippers van vijf tot zeven centimeter remt de verdamping en houdt onkruidconcurrentie weg. Zandgrond warmt in het voorjaar snel op en blijft in het najaar lang bewerkbaar, waardoor blootwortelig materiaal er ruim de tijd krijgt om voor de vorst in te wortelen. Het plantgat wordt op zandgrond breder dan diep gemaakt en de teruggezette grond met organische stof gemengd, zodat er rond de kluit een zone ontstaat die vocht vasthoudt. Rododendron, hortensia, blauwe bosbes en struikheide gedijen op zure zandgrond zonder grondverbetering, terwijl kalkminnende soorten als lavendel en clematis er zonder bekalking blijven achterblijven. Bij het aanvullen van een plantgat wordt zand in lagen aangedrukt en direct ingewaterd, omdat losse korrels anders holle ruimten rond de wortels laten waar geen contact met vocht ontstaat. Kalkarm dekzand verzuurt van nature tot pH-waarden rond 4,5 tot 5,5, waarbij fosfaat slecht beschikbaar wordt; een grondmonster voorafgaand aan de aanplant in Voorschoten voorkomt een verkeerde soortkeuze.
Naast de bodem telt het water mee. De Vliet en de Korte Vliet vormen boezemwater aan de oostkant van het dorp, terwijl de Duivenvoordse-Veenzijdse polder een nat veenweidegebied met een dicht slotenpatroon is. Een haag of boom vlak langs een sloot staat met de ene zijde in een nattere zone dan met de andere, wat aan de waterkant tot afwijkende groei kan leiden. Bij een sterk wisselende stand groeien wortels in het natte seizoen niet dieper dan het water toelaat, waarna diezelfde wortels in een droge zomer boven de zakkende waterspiegel komen te hangen. Bomen die de diepte in kunnen wortelen, drukken verharding minder snel omhoog dan bomen die door hoog water in de toplaag blijven hangen, al blijft wortelruimte onder een pad aandacht vragen.