Onder Nieuwerkerk aan den IJssel ligt hoofdzakelijk kleigrond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. De Zuidplaspolder en de Prins Alexanderpolder zijn droogmakerijen waar het veen is afgegraven, zodat er zware, slecht doorlatende klei aan de oppervlakte ligt tot ruim zes meter onder NAP. Die klei draagt redelijk maar watert traag af: reken op drainage onder het cunet en een dikkere zandfundering, en houd rekening met resterende veenlenzen die alsnog ongelijke zetting geven.
Klei heeft een hoge kationenuitwisselingscapaciteit en houdt voeding goed vast, waardoor bemesting bij aanleg beperkt kan blijven en organische stof vooral voor de structuur wordt ingebracht. De teellaag wordt niet dieper losgemaakt dan nodig; onder die laag blijft de dichte klei liggen en het overgangsvlak mag geen gladgeschoven, gesloten vlak worden. Terras, border en gazon krijgen op klei ieder hun eigen opbouw, omdat een border juist vocht moet vasthouden terwijl een terras een droge, goed verdichte zandlaag nodig heeft. Aanleg in de natte periode kost op klei kwaliteit: het maaiveld wordt bij elke passage dichter, en die schade is later alleen met woelen en organische stof terug te draaien. Regenwater blijft op klei lang op het maaiveld staan, waardoor een tuinontwerp in Nieuwerkerk aan den IJssel eerst een afvoer- of bergingsrichting nodig heeft en pas daarna een beplantingsplan.
Naast de bodem telt het water mee. Het hele gebied wordt kunstmatig bemalen en watert via tochten en gemalen af op de Hollandsche IJssel; aan de Derde Tochtweg ligt met 6,76 meter onder NAP het officiële laagste punt van Nederland. Een wadi werkt alleen wanneer de bodem ervan ruim boven de hoogste grondwaterstand ligt; blijft er permanent water in staan, dan is het geen infiltratievoorziening maar een vijver. Een tuinhuis of overkapping in Zuidplas krijgt op deze percelen een fundering tot in een dragende laag, of juist bewust een lichte en meebewegende opzet; iets daartussen levert scheefstand op. Het waterschap houdt het peil in de sloot binnen de marges van het peilbesluit, zodat de waterlijn in de tuin een vast gegeven is waarop hoogtes en beschoeiing worden afgestemd.