In Lisse is zandgrond de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. De kern van Lisse ligt op een afgezande strandwal met zandige, goed doorlatende bollengrond die weinig zettingsgevoelig is en waarop een beperkt cunet volstaat. Aan de oostkant, richting de Poelpolder en de Ringvaart, zit onder dat zand veen en klei, waardoor daar juist wel rekening gehouden moet worden met naklink en een zorgvuldige ontwatering.
Een sondering laat op het dekzand onder Lisse doorgaans conusweerstanden van enkele tot ruim tien megapascal zien, waarmee lichte constructies op staal gefundeerd kunnen worden zonder paalwerk. Zetting in zand voltrekt zich vrijwel volledig tijdens het aanbrengen van de belasting zelf, zodat er bij een goed verdichte ophoging geen jarenlange nazakking meer op volgt. Graven onder de grondwaterstand vraagt in zand om bemaling, want het water stroomt door de doorlatende korrels van alle kanten toe en maakt de sleufbodem los en onwerkbaar. Ophoogzand hoeft op een zandondergrond zelden van elders te komen, doordat het profiel meestal met de eigen vrijkomende grond gesloten kan worden en het aantal transportbewegingen beperkt blijft.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Lisse watert aan de oostzijde af op de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder; het poldergebied daar ligt aanzienlijk lager dan de zandige dorpskern. Vochtige grond houdt een sleufwand langer overeind dan verzadigde grond, maar die schijnbare samenhang is geen stabiliteit en vervangt geen talud of sleufbekisting. Bemaling is bij dit soort standen meestal niet nodig, al kan een diepe leidingsleuf of een funderingsput in een natte periode alsnog om een pomp vragen.