In Leidschendam is veen op klei de bepalende factor onder elke vierkante meter die wij aanpakken. Buiten de smalle zandrug langs de Vliet bestaat de ondergrond hier uit een meters dik pakket van afwisselend klei en veen met beperkte draagkracht, ontstaan in de natte strandvlakte tussen twee strandwallen. Voor terrassen, opritten en tuinpaden betekent dat een ruim cunet van 40 tot 60 centimeter met stabilisatiedoek, gefaseerd verdichten en rekening houden met enkele centimeters restzetting in de eerste jaren.
Plassen na een regenbui wijzen vaker op het dichte kleidek dan op verdichting door gebruik, waardoor dieper beluchten het probleem niet oplost. Opslag van els en wilg langs de slootkant komt terug zolang de stobbe leeft, waardoor wegsteken in het groeiseizoen meer effect heeft dan afknippen. Beschoeiingen en vlonders verdienen een vaste najaarsronde, omdat losgetrokken bevestigingen en een verzakte gording in het groeiseizoen achter de beplanting onzichtbaar blijven. Verticuteren op een ondiep wortelend gazon scheurt de zode los in plaats van alleen het vilt te verwijderen, dus een lichtere afstelling is hier op zijn plaats. Het maaiveld zakt jaarlijks een fractie, waardoor de gazonrand langs een gefundeerd terras langzaam in een opstapje verandert dat om bijstellen vraagt.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Leidschendam ligt precies op de waterscheiding tussen Rijnland en Delfland: de dam en later de sluis in de Vliet regelden eeuwenlang het peilverschil, met daarachter de diepe Stompwijkse polders en de Nieuwe Driemanspolder.