Wie in Leiderdorp de schop in de grond zet, komt vooral rivierklei tegen. Langs de Oude Rijn ligt een oeverwal van rivierklei die redelijk draagkrachtig is, terwijl de naoorlogse wijken erachter op veen onder een opgespoten zandlaag staan. Klei is slecht doorlatend, dus onder terras en oprit hoort een drainerende cunetlaag, en in de polderwijken moet rekening worden gehouden met restzetting.
Een renovatie is het moment om boomwortels die zich onder de oude stenen hadden geperst weer echte wortelruimte te geven in plaats van ze af te steken. Bij het afkoppelen van een regenpijp gaat het water op deze grond meestal bovengronds naar een lager punt of een greppel, omdat verticale infiltratie te weinig capaciteit heeft. Puinlagen en oude funderingsresten in de kleiondergrond komen er bij een vergroening uit, anders staat de nieuwe beplanting op een laag waar water in blijft hangen. Verharding weghalen lost wateroverlast in Leiderdorp niet vanzelf op, omdat de klei eronder het water traag opneemt; er moet berging of afvoer bij komen.
Daar komt de waterstand bij. Leiderdorp ligt tussen de Oude Rijn, de Zijl en het riviertje de Does, met de laaggelegen Munnikenpolder en polder Achthoven als open, waterrijk buitengebied. Een oude vijver zonder afdichting stond in de winter vol en viel in de zomer leeg, omdat het grondwater alleen in het natte seizoen tot boven de bodem van de vijver reikte. Drainage uit een eerdere aanleg ligt vaak nog in de grond en functioneert soms nog gedeeltelijk, zodat opsporen en doorspuiten voorafgaat aan het leggen van een nieuw stelsel.