Onder Gouda ligt hoofdzakelijk veengrond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Gouda staat op slap veen met kleilagen en zakt al eeuwen weg: in de binnenstad heeft circa tachtig procent van de panden een ondiepe fundering en zakt gewoon mee met de bodem, terwijl daarbuiten vrijwel alles op palen staat en de straten periodiek worden opgehoogd. Reken bij tuin- en grondwerk dus op blijvende nazakking en kies lichte ophoging, geotextiel en verstelbare dragers boven dikke zandpakketten die de zetting juist versnellen.
Een gazon op veen blijft in het voorjaar lang koud en nat doordat de bodem veel water vasthoudt en traag opwarmt, waardoor inzaaien later in het seizoen valt dan op zandgrond. Het waterschap legt het polderpeil vast in een peilbesluit, en een tuinaanleg in Gouda wordt daarop afgestemd omdat het slootpeil zich niet aanpast aan de gewenste tuinhoogte. Een borderophoging met tuinaarde drukt het onderliggende veen samen, zodat een border die bij aanleg tien centimeter boven het pad lag na enkele jaren gelijk of lager kan liggen. Een veentuin heeft geen vaste nulhoogte: het maaiveld van vandaag is het startpunt, terwijl de gefundeerde delen van huis en schuur het enige echt vaste referentiepunt op het perceel vormen. Grond binnen de tuin verplaatsen scheelt transport, maar veen dat is uitgegraven en teruggezet verliest zijn structuur en zakt daarna sterker in dan de ongeroerde laag eronder. Zwaardere onderdelen zoals een gesloten terras zakken sneller dan een border met alleen teelaarde, waardoor het hoogteverloop in een veentuin vooral op de overgangen tussen die vlakken ontstaat.
Naast de bodem telt het water mee. Gouda ligt op de samenvloeiing van de Gouwe en de Hollandse IJssel, met een grachtenstelsel in de binnenstad en de Reeuwijkse Plassen direct ten noordoosten van de stad. Een wadi werkt alleen wanneer de bodem ervan ruim boven de hoogste grondwaterstand ligt; blijft er permanent water in staan, dan is het geen infiltratievoorziening maar een vijver. Een tuinhuis of overkapping in Gouda krijgt op deze percelen een fundering tot in een dragende laag, of juist bewust een lichte en meebewegende opzet; iets daartussen levert scheefstand op. Het waterschap houdt het peil in de sloot binnen de marges van het peilbesluit, zodat de waterlijn in de tuin een vast gegeven is waarop hoogtes en beschoeiing worden afgestemd.