Onder Alphen aan den Rijn ligt hoofdzakelijk opgehoogde stedelijke grond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. De naoorlogse wijken zijn met zandpakketten op veen aangelegd en zakken nog steeds: in buurten als Ridderveld en Kerk en Zanen loopt de bodemdaling plaatselijk op tot enkele centimeters per jaar, terwijl de op palen gefundeerde woningen blijven staan. Tuinen, opritten en terrassen moeten daarom periodiek mee-ophogen, met een goed verdicht zandbed van minimaal 10 cm onder leidingen en verharding.
Een woning op palen zakt niet mee met het opgehoogde maaiveld, waardoor de bestrating langs de gevel wegloopt; een los aansluitdetail met een apart te herstraten strook vangt dat verschil op. Ophoogmateriaal met veel leem of slib is vorstgevoelig en werkt bij vorst-dooiwisselingen; een schone, niet-vorstgevoelige zandlaag onder de fundering houdt de bestrating in het voorjaar vlak. Straatbomen wortelen in het losse ophoogzand vlak onder de klinkers en drukken het straatwerk omhoog; een cunet met bomenzand of boomgranulaat geeft die wortels ruimte onder de verharding in plaats van erin. Losse puinnesten onder het cunet geven een ongelijke ondersteuning; die graven wij uit en vullen wij terug met verdichtbaar ophoogzand, zodat het straatwerk over het hele vlak op gelijkwaardig materiaal rust. Onder oude verharding ligt vaak nog een bruikbare funderingslaag; na het uitzeven van de fijne fractie en het bodemvreemde materiaal kan dat granulaat 0/31,5 terugkomen onder het nieuwe straatwerk.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Alphen ligt op het punt waar de Gouwe in de Oude Rijn uitkomt; beide zijn boezemwater, terwijl de door zandwinning ontstane Zegerplas en de omliggende veenweidepolders het watersysteem verder bepalen. Afschot naar een border of grasstrook volstaat hier vaak, doordat de bodem de bui daadwerkelijk kan opnemen zolang het grondwater niet tot in de wortelzone is gestegen. Waterdoorlatende klinkers voldoen hier meestal, mits de onderkant van het infiltratiepakket boven de hoogste winterstand blijft en het pakket uit schoon gebroken materiaal bestaat. Een fundering die afwisselend nat en droog is, loopt meer kans op vorstschade dan een die permanent droog blijft; een goed doorlatend zandbed met weinig fijn materiaal beperkt dat risico.