Onder Boskoop ligt hoofdzakelijk veengrond; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Boskoop ligt op koopveengronden op bosveen: extreem slap, waterrijk en gevoelig voor oxidatie zodra de grond wordt ontwaterd. Zwaar materieel zakt weg en verhardingen zakken ongelijk, waardoor een lichte drijvende opbouw of een fundering op palen voor terrassen en bijgebouwen vaak verstandiger is dan een dik zandcunet dat het veen alleen maar verder samendrukt.
Een pad dat evenwijdig aan een sloot ligt, zakt aan de waterzijde sneller weg doordat de veenlaag daar minder zijdelingse steun heeft en de oever langzaam naar het water toe kruipt. Bestrating op veen wordt met overhoogte aangelegd, zodat het profiel na de eerste zetting op de bedoelde hoogte uitkomt in plaats van er merkbaar onder. Aanvoer van zand en stenen over een veentuin vraagt rijplaten; zonder drukverdeling drukken de wielen van kipper en kraan sporen die later als zwakke plek onder de nieuwe verharding terugkomen. Halfverharding van gebroken puin of split volgt een zakkende ondergrond zonder te breken en laat zich met een hark bijwerken, waar een gesloten steenverband bij zetting hoogteverschillen laat zien. Zonder scheidingsdoek werkt het zand zich onder verkeersbelasting geleidelijk in het veen en het veen in het zand; de fundering verliest daardoor dikte en de verharding zakt met het jaar verder weg. Een pakket ophoogzand van dertig centimeter brengt al snel vierhonderd tot vijfhonderd kilo per vierkante meter op het veen, en die belasting blijft aanwezig zolang de verharding blijft liggen.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Het kwekerijgebied is doorsneden door honderden kilometers sloten en smalle eilandjes van ongeveer vijftien meter breed, met de gekanaliseerde Gouwe als boezem waarover het transport vroeger per schouw ging. Een terras dat op of net onder het niveau van de omgeving ligt, staat na een stevige bui plaatselijk blank; enkele centimeters extra aanleghoogte lost dat in veel gevallen al op. Vocht stijgt capillair vanuit de grondwaterspiegel op in de fundering, waardoor het zandbed ook zonder regen nat blijft en bij vorst gevoeliger is voor opvriezen. Een zandbed dat het grootste deel van het jaar in het grondwater staat, kan geen regen meer bergen; het water blijft dan in de voegen staan in plaats van weg te zakken.